In onze wijk wonen tientallen nationaliteiten met veel verschillende culturele achtergronden. In deze wijkkrant geven we graag de ruimte aan verhalen ‘van over de wereld’.
Op een snikhete dag zijn we op bezoek voor de zaak van Dellarina en Cemil – we zitten buiten en om de vijf minuten groeten ze voorbijgaande wijkbewoners. Hij is kapper en zij nagelstyliste. Ze delen de winkelruimte aan de Govert Flinckstraat, het straatje naast de Lidl dat uitkomt op de Gerard Doustraat.
Ze moeten allebei grinniken als we vragen waar ze elkaar ontmoet hebben. Dat blijkt bij discotheek De Boulevard aan de IJsselkade te zijn. Cemil: ‘Het was met oud en nieuw tijdens de overgang van 1999 naar 2000. Ik kwam daar om ongeveer 23.00 uur en ik dacht “oh, wat een leuke vrouw”. Van mijn vader moest ik wel om 01.00 uur weer thuis zijn, daar was hij heel streng in. Dus veel tijd om haar te versieren was er niet.’ Dellarina: ‘Ik vond hem ook heel leuk, maar had wel zorgen over het cultuur- en leeftijdsverschil. Dat bleek achteraf wel mee te vallen.’
‘Mijn ouders hebben een alevitische achtergrond’, vertelt Cemil. ‘Ik ben in Zutphen geboren en opgegroeid en heb op de Montessorischool gezeten. Ik kende de Turkse cultuur en tradities natuurlijk wel, maar was daar niet echt mee bezig. Ik had veel Nederlandse vrienden en in mijn familie heb ik ook Nederlandse tantes, waardoor ik opgroeide in een omgeving met verschillende invloeden.’ Dellarina: ‘Ik kom uit een gelovig gezin, maar was niet altijd praktiserend. Nu is mijn persoonlijke relatie met God het belangrijkst. Ik ben opgegroeid met vrienden uit allerlei culturen, onder wie ook veel Arabische. Soms mag Cemil wel wat Arabischer zijn.’ Cemil lacht hard, hij vindt zijn mix van Nederlands, Turks en Arabisch prima zo.
Humor is belangrijk in hun leven. Ook op mindere dagen. De hele dag maken ze grappen, zo erg dat iemand soms ‘Stop! Hou op!’ moet zeggen. Ze wonen en werken samen, al meer dan 20 jaar. Ze beamen allebei dat dat heel goed gaat, maar zeggen ook in koor: ‘Het gaat goed, maar we moeten er ook voor waken dat je juist niet langs elkaar heen gaat leven.’ Dellarina: ‘Soms vraagt een klant wat Cem in het weekend gaat doen en vertelt hij wat zijn plannen zijn. Dan denk ik: “Oh leuk, gaan we dat doen?” Dat wist ik nog niet.’
Dellarina was in loondienst bij Cemil in de kapsalon: ‘Ik was erg druk met jureren, lesgeven, groothandel, beautyshows en de dagelijkse klanten. Zelfstandig worden was een logische stap. We verhuisden van de Polsbroekpassage naar de Spittaalstraat, de Lunettestraat en werken nu met veel plezier in de Govert Flinckstraat.’ Tweestemmig vertellen ze dat het contact met de klanten het meest belangrijk is: ‘Hier komen alle lagen van de bevolking binnen. We proberen een klimaat te creëren, waarbij mensen zich veilig en thuis voelen en dat geldt evenzeer ook voor onszelf.’ Hierop zegt Cemil: ‘Je leert van je klanten. Elke dag weer.’ Dellarina: ‘Door mijn klantcontacten ben ik een opleiding tot Lifecoach gaan volgen, maar in de zaak moet je wel neutraal blijven.’
De moeder van Dellarina is opgegroeid op Curaçao. Haar moeder trouwde met een Nederlandse man, die haar stiefvader werd – mijn Papa noemt ze hem. Ze is in Warnsveld geboren en heeft in de Brucknerstraat naast haar opa en oma gewoond. Het gezin verhuisde naar de Tichelkuilen en weer terug naar de Componistenbuurt, waar Dellarina op 17-jarige leeftijd beviel van een dochter. Twee jaar later verhuisde Dellarina nogmaals. Ongeveer vijf jaar later kwam Cemil in hun leven. Zeventien jaar later zijn ze getrouwd. Een paar jaar daarna vroeg zijn stiefdochter of hij ook op papier haar papa wilde worden. ‘Toen ben ik officieel vader geworden’, zegt Cemil trots.
Trouwe lezers van de Stentor zullen Cemil ook herkennen. Hij stond drie jaar geleden samen met Jan Itjang regelmatig in deze krant. Samen met voetbalclub AZC voerden zij actie voor de slachtoffers van de aardbeving in Hatay. Meerdere familieleden van Cemil kwamen daarbij om het leven, waaronder een neef die bij AZC voetbalde. Dat stond los van AZC en de gemeente Zutphen. Daarmee heb ik ongeveer negen maanden tien gezinnen financieel ondersteund. Later ontstond de stichting Zutphen helpt Hatay. Met dat geld is een sportcomplex gerealiseerd. De vier bestuursleden hebben zich hier enorm voor ingezet. Jan Itjang, voorzitter van de stichting en een goede vriend van mijn overleden neef, heeft hierin een belangrijke rol gespeeld. Ook burgemeester Wimar Jaeger wil ik bedanken. Hij stond klaar voor familieleden van de slachtoffers en luisterde naar hun verhalen. Dat raakt me nog steeds.’